De valkuilen van brandwerend installeren
Goed brandwerend installeren is niet vanzelfsprekend. Misverstanden en misvattingen liggen op de loer. Met alle risico’s van dien. Marcel Herssevoort, marketing manager bij Attema, licht op basis van ervaringen uit de praktijk de grootste valkuilen toe.
Niet door onwil, maar door bijvoorbeeld andere interpretaties van normen of verkeerde productinformatie gaat de brandwerendheid van bijvoorbeeld holle wanden tijdens de bouw soms verloren. Marcel Herssevoort illustreert aan de hand van enkele voorbeelden wat mis gaat. “Ik doe dat niet om met een beschuldigende vinger naar installateurs te wijzen”, benadrukt hij. “Met mijn verhaal wil ik de installateur juist helpen om goede keuzes te maken.”
1. Holle wanden
De definitie van brandwerende holle wanden blijkt een grote bron van spraakverwarring. Herssevoort: “Een dubbele gipswand geldt als 60 minuten brandwerend. Maar, dan moet die dubbele gipswand wel aan beide zijden van de metal stud aanwezig zijn. Er zitten dus vier gipsplaten in een wandsysteem dat brand 60 minuten tegen kan houden. Zodra je één van de gipsplaten doorboort, dan houdt het wandsysteem een brand niet meer 60 minuten tegen.”
In brandwerende wanden zitten brandwerende deuren en die hebben per definitie kieren. Het Bouwbesluit houdt hier rekening mee, want het geeft een maximaal toelaatbaar oppervlak aan kieren aan. “Het is dan moeilijk te begrijpen dat je niet één klein gaatje in zo’n wand mag maken”, zegt Herssevoort. “Want wat maakt dat gaatje nu uit op het oppervlak aan kieren. Toch is zo’n gaatje funest voor de brandwerendheid van de wand. Stel, je koopt een boot, hoeveel gaatjes accepteer je dan in de kiel? Geen enkel, want door de waterdruk zal per definitie water naar binnen stromen. Bij brand geldt hetzelfde. De druk in de hete, brandende ruimte neemt toe. Rook en hete lucht zoeken een uitweg en vinden die juist in dat kleine gaatje.”
Je kunt dus niet zomaar een doorvoer voor één kabel maken, laat staan een gat voor een standaard hollewanddoos. Je zult de brandwerendheid dan moeten herstellen. Toch bestaat hier verwarring over. Mensen hebben het idee dat je gerust een standaard hollewanddoos kunt plaatsen omdat aan de andere kant nog een dubbele gipsplaat zit en de wand dus 60 minuten brandwerend blijft. Dat is dus niet zo, de brandwerendheid is getest voor het hele wandsysteem, met vier gipsplaten.”
2. Certificering
Als het om elektrotechnische ingrepen in brandwerende wanden gaat, schrijft het bouwbesluit niets voor. “Het bouwbesluit zegt dat een wand 30, 60 of 90 minuten brandwerend moet zijn, afhankelijk van de tijd die nodig is om mensen veilig te evacueren. Het is vervolgens aan de aannemer om zo’n wand te bouwen en aan de installateurs om te garanderen dat die wand brandveilig blijft, ongeacht het aantal doorvoeren en hollewanddozen. Wij, en onze betere concurrenten, laten al onze producten certificeren. Dat gebeurt experimenteel, in een wandsysteem in een grote oven bij een geaccrediteerd testinstituut zoals Efectis of Peutz. Een geslaagde test levert een officieel rapport op dat de brandwerendheid garandeert.”
Juist bij het interpreteren van deze testrapportengaat veel mis, merkt Herssevoort in de praktijk. “Er zijn partijen die een heel assortiment aan producten leveren, waarvan ze er één laten testen en vervolgens claimen dat hun certificaat garandeert dat al hun producten in alle holle wanden en op alle posities brandwerend zijn. Dit is niet zo. Er is een groot verschil tussen een enkele, dubbele of drievoudige hollewanddoos voorzien van een wandcontactdoos of schakelaar. Ook de plek in de wand maakt verschil uit. Bij het plafond is bij brand de temperatuur en dus ook de druk hoger dan op plinthoogte, ook dit moeten de producten kunnen doorstaan.”
Een veel gebruikte oplossing voor brandwerendheid zijn ‘plakkers’ die je in een standaard doos kunt plakken en die opschuimen bij hoge temperatuur. Herssevoort: “We zien dat leveranciers zulke producten aanbieden waarbij ze naar de certificaten van Attema verwijzen en claimen dat ze dus brandveilig zijn. We hebben al meerdere juridische procedures gevoerd om dit te stoppen.”
De beperkte certificering van sommige producten kan de installateur doen geloven dat hij goed en veilig bezig is. “Als zulke oplossingen 3 euro per hollewanddoos goedkoper zijn en je in een verzorgingshuis vele honderden wandcontactdozen moet aanleggen, dan kan ik me voorstellen dat je zo’n oplossing kiest. Dat is geen zuinigheid, maar heel begrijpelijk. Bedenk echter, als het mis gaat en onderzoek wijst uit dat de brand zich via deze wandcontactdozen kon verspreiden, dan zijn de rapen gaar. Jij bent dan juridisch verantwoordelijk voor de slechte installatie en niet de ‘cowboys’ die je producten met gemarchandeerde certificaten leverden, zo werkt de wet in Nederland nu eenmaal.”
3. Versnipperde kennis.
Hoe kom je nu aan voldoende kennis over brandwerend installeren zodat je weloverwogen keuzes voor producten en oplossingen kunt maken? De kennis over brandwerend installeren zal de installateur zelf moeten vergaren. De opleidingen voor installatietechniek besteden er nauwelijks aandacht aan. “De meeste installateurs halen hun kennis uit NEN1010 over elektrotechnische installaties, maar daarin staat niets over brandwerend installeren. De eisen hierover staan in het Bouwbesluit, maar dat is niet zo gedetailleerd dat het voorschrijft waaraan bijvoorbeeld hollewanddozen moeten voldoen. Installateurs zijn dus van de leveranciers van brandwerende oplossingen afhankelijk voor hun kennis. Vroeger gaf de brandweer nog advies. Echter, de taak van de brandweer verschoof van adviseren naar controleren. Ze keuren je werk af waarna jezelf mag uitzoeken hoe je het oplost.”
Attema organiseerde in het verleden, samen met experts en de brandweer, workshops waar installateurs hun kennis over brandwerendheid konden opfrissen. “Jammer genoeg nam het animo voor deze scholing zodanig af dat we ermee stopten”, aldus Herssevoort. In de praktijk ziet hij soms wat de gevolgen van het gebrek aan kennis zijn. “Neem gebouwen waarin mensen overnachten, zoals hotels, ziekenhuizen en verzorgingshuizen. Daar geldt dat compartimenten in het gebouw bijvoorbeeld minimaal 90 minuten brandwerend moeten zijn. Het kost immers tijd om alarm te slaan, wakker te worden en nog gedesoriënteerd je kamer te ontvluchten. Ook bedlegerige patiënten evacueer je niet zomaar. Echter, binnen een compartiment, bijvoorbeeld tussen hotel- of ziekenhuiskamers, hoeven de wanden in dit subcompartiment maar 30 minuten brandwerend te zijn. Menig installateur denkt dat een standaard product vanzelf al 30 minuten brandwerend is, maar dat is niet zo. We hebben al een paar keer meegemaakt dat de brandweer het werk van een installateur om die reden afkeurde. Dan moet je op eigen kosten honderden hollewanddozen vervangen.”
Kennis over hollewanddozen en doorvoeren in de wanden was ongetwijfeld ergens in de keten, van architect en aannemer tot bij de uitvoerende installateur aanwezig, maar kwam niet op de juiste plek terecht. Herssevoort: “Dit is de kern van het probleem rond kennis in de keten, deze is te versnipperd waardoor misverstanden en spraakverwarring ontstaan.”
4. Verantwoordelijkheid
In feite is de gebouweigenaar verantwoordelijk voor de brandveiligheid van het gebouw. Echter, tijdens de bouw, wordt die verantwoordelijkheid continu verlegd op anderen. De eigenaar schuift het af op de aannemer die de verantwoordelijkheid weer bij de onder aannemers, zoals de installateur legt. “Je zult als installateur dus moeten verantwoorden dat je een brandveilige installatie afleverde. Volgens de regels houd je in een projectadministratie bij welke oplossingen je koos en welke materialen je daarbij gebruikte. In die map horen ook de certificaten en testrapporten die de producenten verstrekken. Ik merk dat installateurs onze kant en klare testrapporten zeer beperkt van onze eenvoudig toegankelijke website downloaden.”
De verantwoordelijkheid van de installateur houdt niet op bij het strikt volgen van het bestek. Zelfs als er fouten in het bestek staan, dan mag de installateur zich daar niet achter verstoppen. “We zien wel eens dat het bestek niets over brandwerende doorvoeren in brandwerende wanden zegt en de installateur ze dan ook niet toepast. Ook dan zal de brandweer het gebouw afkeuren. Zelfs al krijg je een goedkeuring, omdat de brandweer nu eenmaal niet tot het kleinste detail de installatie kan controleren, dan nog ben je niet gevrijwaard van je verantwoordelijkheid. Mocht na een brand blijken dat je goedgekeurde installatie toch niet deugde, dan ben je nog steeds verantwoordelijk. Het stempel van de brandweer staat immers niet boven de wet.”
Herssevoort ziet steeds vaker dat installateurs hun verantwoordelijkheid voor brandwerende installaties verleggen op bedrijven die alle doorvoeren door wanden brandwerend maken. “Als je voor kant en klare brandwerende producten kiest, is dat niet nodig. Dan kun je de brandwerendheid in eigen hand houden en spaar je de kosten voor een extern bedrijf of kun je meer omzet uit je project halen.”
5. Toekomst
Veranderingen over de brandveiligheid in het bouwbesluit volgen meestal na incidenten. Als uit onderzoek een vermijdbare installatietechnische oorzaak blijkt, dan zal het bouwbesluit daar uiteindelijk op inspringen. Zo’n incident was bijvoorbeeld de brand op het vliegveld van het Duitse Düsseldorf. Bij die brand kwamen 17 mensen om het leven, allemaal als gevolg van rook en giftige gassen. De brand maakte duidelijk dat rook gevaarlijker is en meer slachtoffers maakt dan vuur. “In de nabije toekomst gaat het bouwbesluit daarom eisen stellen aan de rookwerendheid in gebouwen. Brandwerende oplossingen reageren vaak op hoge temperatuur, ze gaan schuimen en sluiten zo de doorvoer af. Rook kan echter ook afkoelen voordat deze een wand bereikt en dan ongehinderd door een doorvoer in de brandwerende wand naar een andere ruimte trekken. Volgens de nieuwe eisen moeten doorvoeren rookwerend zijn, zowel bij 20 oC als bij 200 oC. Bovendien wordt er geadviseerd of zelfs voorgeschreven dat er met halogeenvrije materialen geïnstalleerd moet worden. Bij brand komen hier immers giftige gassen als zoutzuur uit vrij. Dit gebeurde ook in Düsseldorf. Omdat rookwerendheid een heel nieuw item is, waar nog maar weinig kennis over bestaat, overwegen we om wederom workshops te organiseren voor installateurs en werkvoorbereiders”, besluit Herssevoort.
Bronbestand: Installatiejournaal