Energie-efficiëntie.
Elektrische installaties voor energiezuinige gebouwen.
Toekomstbestendige gebouwtechniek moet voldoen aan architectonische, functionele en wettelijke eisen en tegelijkertijd energiezuinig zijn. Met intelligente planning, moderne techniek en geschikte materialen kan het energiebesparingspotentieel optimaal worden benut. HELIA-producten ondersteunen de implementatie van de EU-richtlijnen en de Duitse wet op de energie-efficiëntie van gebouwen (GEG) – bijvoorbeeld met luchtdichte ECON®-dozen of oplossingen zonder koudebruggen voor gevels en binnenisolatie, die vochtschade voorkomen en energie-efficiëntie waarborgen.
O-range ECON® Fix
BASISPRINCIPES & INSTALLATIE
Basisprincipes | Wetgeving en techniek.
Met de stijgende energieprijzen wordt energie-efficiëntie steeds belangrijker bij de beoordeling van de waarde van een gebouw. Dit geldt zowel voor nieuwbouwprojecten als voor renovatiemaatregelen (bouwen in bestaande gebouwen). Bovendien zijn de eisen aan de totale energie-efficiëntie van woon- en niet-woongebouwen per 1 januari 2016 met 25 % verhoogd. Volgens deze voorschriften moet de warmte-isolatie ongeveer 20 % beter worden uitgevoerd. Bovenvloeren in bestaande gebouwen moeten bovendien worden geïsoleerd als het daarbovenliggende dak niet geïsoleerd is of niet voldoet aan de minimale warmte-isolatie-eisen. De luchtdichtheid van gebouwen wordt niet alleen in de GEG, maar ook in DIN 4108-7 gedefinieerd.
De „Richtlijn betreffende de totale energie-efficiëntie van gebouwen“ formuleert op Europees niveau voorschriften die in Duitsland via de wijziging van de Energiebesparingswet van 2005 en de actualisering van de GEG in 2006 in nationaal recht zijn omgezet. De basis voor de nieuwe energiebesparingsverordening is de Energiebesparingswet (EnEG), die op 1 oktober 2007 in werking is getreden. Met de herzieningen van de GEG in 2009 en 2014 zijn de eisen, die de rendabiliteit en duurzaamheid ten goede moeten komen, nog verder aangescherpt.
In Oostenrijk is de EU-richtlijn sinds augustus 2007 omgezet in nationaal recht, en in Zwitserland schrijft het in 2007 aangenomen „Actieplan Efficiëntie“ overeenkomstige maatregelen voor die zijn afgestemd op de EU-richtlijn.
Het energiecertificaat is een centraal onderdeel van de GEG en is verplicht voor alle gebouwen bij verkoop, verhuur of verpachting. Het beoordeelt ook de energieverliezen via de Gebouwmantel en zorgt voor meer transparantie voor kopers en huurders met betrekking tot de energie-efficiëntie van een onroerend goed.
In Duitsland is het energiecertificaat sinds januari 2009 verplicht voor woongebouwen en sinds juli 2009 voor niet-woongebouwen. In Oostenrijk geldt dit sinds januari 2008 voor nieuwbouw en sinds 2009 voor bestaande gebouwen. Zwitserland heeft op basis van de EU-richtlijnen in oktober 2009 het kantonale energiecertificaat voor gebouwen (GEAK) ingevoerd.
Luchtdichtheid en warmtebrugvrije elektrische installatie.
Een warmte-isolerende, luchtdichte gebouwmantel volgens DIN 4108 is noodzakelijk om aan de eisen van de huidige voorschriften te voldoen. Naast het energetische aspect heeft de luchtdichte gebouwmantel een belangrijke beschermende functie voor de bouwstructuur: wanneer warme lucht binnen de constructie in contact komt met koelere oppervlakken, ontstaat hier namelijk condenswater. Dit kan leiden tot vochtschade en zelfs schimmelvorming.
Bij lichte of holle wandconstructies zijn het vaak dampremmende folies of OSB-platen die de laag van luchtdichtheid tegen de wand of het plafond vormen. Deze mag niet worden beschadigd door de elektrische installatie – noch door installatiedozen of kabeldoorvoeren, noch door te hete apparatuur in de directe omgeving. Er moet er met name op worden gelet dat alleen daarvoor bestemde leiding- of buisinvoeren met de juiste bevestiging volgens DIN 60670-1 worden gebruikt, omdat er anders door trekspanningen bij de installatie, bijvoorbeeld van schakelaars of stopcontacten, een lek zou kunnen ontstaan. Bij massieve bouw vormt de pleisterlaag aan de binnenzijde van de muur de laag met luchtdichtheid. Holle ruimtes en stootvoegen die door de elektrische installatie worden doorsneden, evenals onvoldoende uitgevoerde doorvoeren, vormen hier zwakke plekken, omdat ze een lek naar de verwarmde binnenruimte kunnen veroorzaken. Luchtdichte en warmtebrugvrije elektrische installatie.
Bij achteraf aangebrachte binnenisolatie kan het vanwege de benodigde ruimte voor schakelaars en stopcontacten nodig zijn om de installatie tot in het bestaande metselwerk door te voeren. Hier moet naast Luchtdichtheid en het ontbreken van koudebruggen ook rekening worden gehouden met vochtregulering.
Luchtdichte producten voor elektrische installaties voor montage in holle wanden of inbouwmontage zijn hier de enige juiste keuze om de luchtdichtheid veilig te waarborgen. De ontwerp- en uitvoeringsregels voor een luchtdichte en warmtebrugvrije elektrische installatie zijn vastgelegd in DIN 18015-5.
Voor installatie door, in of aan de luchtdichtheidslaag biedt HELIA geschikte oplossingen voor zowel montage in holle wanden en inbouwmontage als voor installatie bij achteraf aangebrachte binnenisolatie.
Bij lichte of holle wandconstructies zijn het vaak dampremmende folies of OSB-platen die de laag van luchtdichtheid tegen de wand of het plafond vormen. Deze mag niet worden beschadigd door de elektrische installatie – noch door installatiedozen of kabeldoorvoeren, noch door te hete apparatuur in de directe omgeving. Er moet er met name op worden gelet dat alleen daarvoor bestemde leiding- of buisinvoeren met de juiste bevestiging volgens DIN 60670-1 worden gebruikt, omdat er anders door trekspanningen bij de installatie, bijvoorbeeld van schakelaars of stopcontacten, een lek zou kunnen ontstaan. Bij massieve bouw vormt de pleisterlaag aan de binnenzijde van de muur de laag met luchtdichtheid. Holle ruimtes en stootvoegen die door de elektrische installatie worden doorsneden, evenals onvoldoende uitgevoerde doorvoeren, vormen hier zwakke plekken, omdat ze een lek naar de verwarmde binnenruimte kunnen veroorzaken. Luchtdichte en warmtebrugvrije elektrische installatie.
Bij achteraf aangebrachte binnenisolatie kan het vanwege de benodigde ruimte voor schakelaars en stopcontacten nodig zijn om de installatie tot in het bestaande metselwerk door te voeren. Hier moet naast Luchtdichtheid en het ontbreken van koudebruggen ook rekening worden gehouden met vochtregulering.
Luchtdichte producten voor elektrische installaties voor montage in holle wanden of inbouwmontage zijn hier de enige juiste keuze om de luchtdichtheid veilig te waarborgen. De ontwerp- en uitvoeringsregels voor een luchtdichte en warmtebrugvrije elektrische installatie zijn vastgelegd in DIN 18015-5.
Voor installatie door, in of aan de luchtdichtheidslaag biedt HELIA geschikte oplossingen voor zowel montage in holle wanden en inbouwmontage als voor installatie bij achteraf aangebrachte binnenisolatie.
ECON®-techniek. Luchtdichte installatie in Holle wanden en Metselwerk.
De HELIA-producten met ECON®-technologie maken een gegarandeerde luchtdichtheid volgens DIN 18015-5 mogelijk, zowel in lichte als in massieve constructies. De elasticiteit van het afdichtingsmembraan zorgt ervoor dat dit bij het doorboren strak om de Leiding of de Buis wordt gedrukt. Zo worden ongecontroleerde luchtstroomen uitgesloten en worden warmteverliezen en bouwschade als gevolg van condensvorming op betrouwbare wijze voorkomen.
De gereedschaploze invoer van leidingen en buizen leidt tot een aanzienlijke vereenvoudiging en vermindering van de installatie-inspanning en is een economisch pluspunt voor de ECON®-techniek. De geïntegreerde kabelbevestiging van de nieuwe Klemtechniek voldoet bij Hollewanddozen aan alle eisen van DIN VDE 0100-520 resp. DIN EN 60670-1 en garandeert gecertificeerde veiligheid. Producten met ECON®-technologie zijn luchtdicht en zorgen ervoor dat ongewenste warmteverliezen door ventilatie worden voorkomen. Zo levert ECON® een belangrijke bijdrage aan het voldoen aan de eisen van de EU-richtlijn inzake energie-efficiëntie en de omzetting daarvan in nationale wetgeving. De gegarandeerd luchtdichte en installatievriendelijke ECON®-technologie is bij HELIA de standaard voor intelligente gebouwinstallaties. U vindt deze technologie in diverse HELIA-holle wand- en inbouwdozen, installatiedozen voor gevelisolatiesystemen en in inbouwbehuizingen voor de luchtdichte elektrische installatie in de Isolatielaag.
De gereedschaploze invoer van leidingen en buizen leidt tot een aanzienlijke vereenvoudiging en vermindering van de installatie-inspanning en is een economisch pluspunt voor de ECON®-techniek. De geïntegreerde kabelbevestiging van de nieuwe Klemtechniek voldoet bij Hollewanddozen aan alle eisen van DIN VDE 0100-520 resp. DIN EN 60670-1 en garandeert gecertificeerde veiligheid. Producten met ECON®-technologie zijn luchtdicht en zorgen ervoor dat ongewenste warmteverliezen door ventilatie worden voorkomen. Zo levert ECON® een belangrijke bijdrage aan het voldoen aan de eisen van de EU-richtlijn inzake energie-efficiëntie en de omzetting daarvan in nationale wetgeving. De gegarandeerd luchtdichte en installatievriendelijke ECON®-technologie is bij HELIA de standaard voor intelligente gebouwinstallaties. U vindt deze technologie in diverse HELIA-holle wand- en inbouwdozen, installatiedozen voor gevelisolatiesystemen en in inbouwbehuizingen voor de luchtdichte elektrische installatie in de Isolatielaag.
Installatie zonder Warmtebruggen. Veilige bevestiging van apparatuur in of aan de buitenmuurisolatie.
De kwaliteit van de buitenmuurisolatie hangt vooral af van de doorlopendheid van de isolatie en het voorkomen van Warmtebruggen. Bijzondere risico’s vormen hier aanbouwen zoals balkons of buitenliggende installaties zoals stopcontacten, buitenschakelaars en -lampen, Bewegingsmelders, intercoms of brievenbussen. Naast aanzienlijke warmteverliezen kunnen er door Warmtebruggen ook bouwschade ontstaan door condenswater, tot en met gezondheidsschadelijke schimmels.
De mechanisch veilige en warmtebrugvrije bevestiging aan de geïsoleerde gevel moet een stabiele houvast bieden, zonder daarbij de isolatielaag te beschadigen. HELIA biedt hier een uitgebreid assortiment voor de veilige en energetisch optimale bevestiging van elektrische apparaten en componenten, evenals andere bouwonderdelen – en dat ook voor montage achteraf in of aan de geïsoleerde gevel.
Geïsoleerde gevelsystemen (WDVS) zijn meerlaagse gevelconstructies die tegenwoordig meestal worden gebruikt voor de isolatie van gebouwen. De HELIA-producten zijn speciaal ontwikkeld voor de WDVS en andere gangbare systemen op de markt. Ze vinden in deze gevels een optimale en duurzame bevestiging, zonder het isolerende effect aan te tasten.
Thermografische opnames kunnen Warmtebruggen in bestaande gevels zeer snel zichtbaar maken. Een kleurenschaal geeft de oppervlaktetemperatuur weer. De gele en rode vlakken geven daarbij de plaatsen aan waar veel warmte wordt uitgewisseld. De bovenstaande thermografische buitenopname toont een goede isolatie met buiteninstallatie zonder Warmtebruggen. Bij binnenopnames geven de koude plekken – dus de blauwe en donkere kleuren – de zwakke plekken in de gebouwisolatie aan.
Warmtebruggen zijn zwakke plekken in de bouwmantel. Het warmteverlies is hier aanzienlijk hoger dan in het omliggende bouwdeel. Hoe sterker de warmte-isolerende eigenschappen van de bouwdelen zijn, hoe belangrijker de warmtebruggen zijn.
De mechanisch veilige en warmtebrugvrije bevestiging aan de geïsoleerde gevel moet een stabiele houvast bieden, zonder daarbij de isolatielaag te beschadigen. HELIA biedt hier een uitgebreid assortiment voor de veilige en energetisch optimale bevestiging van elektrische apparaten en componenten, evenals andere bouwonderdelen – en dat ook voor montage achteraf in of aan de geïsoleerde gevel.
Geïsoleerde gevelsystemen (WDVS) zijn meerlaagse gevelconstructies die tegenwoordig meestal worden gebruikt voor de isolatie van gebouwen. De HELIA-producten zijn speciaal ontwikkeld voor de WDVS en andere gangbare systemen op de markt. Ze vinden in deze gevels een optimale en duurzame bevestiging, zonder het isolerende effect aan te tasten.
Thermografische opnames kunnen Warmtebruggen in bestaande gevels zeer snel zichtbaar maken. Een kleurenschaal geeft de oppervlaktetemperatuur weer. De gele en rode vlakken geven daarbij de plaatsen aan waar veel warmte wordt uitgewisseld. De bovenstaande thermografische buitenopname toont een goede isolatie met buiteninstallatie zonder Warmtebruggen. Bij binnenopnames geven de koude plekken – dus de blauwe en donkere kleuren – de zwakke plekken in de gebouwisolatie aan.
Warmtebruggen zijn zwakke plekken in de bouwmantel. Het warmteverlies is hier aanzienlijk hoger dan in het omliggende bouwdeel. Hoe sterker de warmte-isolerende eigenschappen van de bouwdelen zijn, hoe belangrijker de warmtebruggen zijn.
Aantonen. Luchtdichtheid en afwezigheid van koudebruggen.
Met de stijgende energieprijzen wint energie-efficiëntie steeds meer aan belang bij de beoordeling van de waarde van een gebouw. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als voor renovaties van bestaande gebouwen. Sinds de inwerkingtreding van de Duitse wet op de energieprestatie van gebouwen (GEG) op 1 november 2020 en de wijzigingen per 1 januari 2023 en 2024 zijn de eisen aan de jaarlijkse primaire energiebehoefte van nieuwbouwprojecten verder aangescherpt. De toegestane primaire energiebehoefte is teruggebracht tot 55 procent van het referentiegebouw. Bovendien is de inzet van hernieuwbare energie bij de inbouw van nieuwe verwarmingssystemen sinds 2024 verplicht. Naast de warmte-isolatie blijft de luchtdichtheid van gebouwen een belangrijk onderdeel van de eisen, die zijn vastgelegd in de GEG en in DIN 4108-7.
De „Richtlijn betreffende de totale energie-efficiëntie van gebouwen“ op Europees niveau is via de GEG in Duits recht omgezet. De Energiebesparingswet (EnEG) en de Energiebesparingsverordening (EnEV) zijn vervangen door de GEG, die de eisen aan de energie-efficiëntie van gebouwen voortdurend aanpast om de klimaatdoelstellingen te bereiken.
Het energiecertificaat beoordeelt de energieverliezen van het gebouw en blijft een centraal onderdeel van de GEG; het is verplicht voor alle gebouwen bij verkoop, verhuur of verpachting. Sinds de inwerkingtreding van de GEG in 2020 gelden strengere eisen voor de vermelding van primaire energie en de Inzetstukken voor hernieuwbare energiebronnen.
In Oostenrijk is de EU-richtlijn inzake de totale energie-efficiëntie in 2007 omgezet in nationaal recht, terwijl Zwitserland sinds 2009 het energieprestatiecertificaat van de kantons (GEAK) heeft ingevoerd op basis van de EU-richtlijnen.
De „Richtlijn betreffende de totale energie-efficiëntie van gebouwen“ op Europees niveau is via de GEG in Duits recht omgezet. De Energiebesparingswet (EnEG) en de Energiebesparingsverordening (EnEV) zijn vervangen door de GEG, die de eisen aan de energie-efficiëntie van gebouwen voortdurend aanpast om de klimaatdoelstellingen te bereiken.
Het energiecertificaat beoordeelt de energieverliezen van het gebouw en blijft een centraal onderdeel van de GEG; het is verplicht voor alle gebouwen bij verkoop, verhuur of verpachting. Sinds de inwerkingtreding van de GEG in 2020 gelden strengere eisen voor de vermelding van primaire energie en de Inzetstukken voor hernieuwbare energiebronnen.
In Oostenrijk is de EU-richtlijn inzake de totale energie-efficiëntie in 2007 omgezet in nationaal recht, terwijl Zwitserland sinds 2009 het energieprestatiecertificaat van de kantons (GEAK) heeft ingevoerd op basis van de EU-richtlijnen.
Producten voor massieve wanden
Producten voor de holle wand
Producten voor het plafond
Leidingtraject
Producten voor de gevel
Neem contact op met een technisch adviseur
Heeft u vragen over onze producten en diensten? Wij staan graag voor u klaar. Voer hieronder uw postcode in om de juiste contactpersoon voor uw vragen te vinden. Naast de contactpersonen van het HELIA-hoofdkantoor worden ook uw lokale contactpersonen weergegeven.